Bridge volgens wikipedia

Volgens Wikipedia is bridge een kaartspel dat ook onder de noemer denksport geplaatst kan worden. In wedstrijdbridge (Engels: duplicate bridge) is bewust gestreefd naar het zo veel mogelijk uitschakelen van de factor ‘geluk’ als uitkomstbepalend. Het spel vereist concentratie, geheugen en logisch denken en goede samenwerking tussen partners.

Bridge wordt gespeelBridgetafel (viertallen)d door vier personen met 52 kaarten. Zij worden een voor een gedeeld, te beginnen bij de speler links van de gever, met de klok mee totdat iedere speler 13 kaarten heeft. De spelers krijgen de naam van een windrichting: Noord, Oost , Zuid of West. Noord en Zuid spelen samen en vormen een paar en ze spelen tegen Oost en West, die ook samenspelen en een paar zijn.

Bridgen bestaat uit twee delen, het bieden en het spelen. Het bieden gaat in een soort veiling bij opbod (Engels: auction), waarbij telkens hoger geboden wordt totdat niemand meer hoger wil. Het hoogste bod heet het ‘contract’ en bepaalt of er een troefkleur is en het aantal slagen wat de ‘leider’ in de speelronde ten minste moet zien te maken. De tegenstanders proberen dit juist te voorkomen door ook zo veel mogelijk slagen te halen. Als dit lukt dan is het contract ‘down’. Uiteindelijk doel van het spel is zo veel mogelijk punten te scoren. Een gemaakt contract levert punten op voor het paar van de leider, gaat het contract down dan scoren de tegenstanders.

Een paar kan ad hoc zijn, alleen voor deze wedstrijd, maar over het algemeen hebben bridgers vaste partners, die vaak jaren (soms vele tientallen jaren) samenspelen. Een goed bridgepaar begrijpt en vertrouwt elkaar, zodat ze door middel van het bieden en het afspelen effectief communiceren om tot het juiste ‘contract’ te komen en tot het juiste afspel om zo veel mogelijk slagen te maken.

Geschiedenis:

Bridge wordt genoemd in documenten van vóór 1886.. Rond 2007 spelen over de hele wereld meer dan 50 miljoen mensen bridge. Er zijn wereldkampioenschappen bridge in verschillende spelsoorten en er is een Olympiade. In Nederland zijn meer dan 100.000 mensen lid van de bridgebond. De Nederlandse Bridge Bond is, op de Amerikaanse na, de grootste bridgebond ter wereld. Er zijn meer dan 1000 clubs bij de bond aangesloten, maar er zijn ook veel gezelligheidsverenigingen die zelfstandig bridge beoefenen. Bridge werd toen vooral door de iets oudere mensen beoefend. Tegenwoordig doet ook steeds meer jeugd mee, zowel in Nederland en België als in de rest van de wereld.

In 1993 en in 2011 won het Nederlandse herenteam de Bermuda Bowl, het wereldkampioenschap viertallenbridge. In 2000 behaalde het damesteam de Venice Cup, de vrouwelijke tegenhanger van de Bermuda Bowl. In 2005 won het Nederlands team de open Europese Kampioenschappen. In 2007 deden de dames hetzelfde. In 2007 wonnen de junioren (tot 25 jaar) ook de Europese titel. De Wereldkampioenschappen bridge 2011 werden in het Nederlandse Veldhoven gehouden. Daar wonnen de Nederlandse mannen de Bermuda Bowl en werden de Nederlands vrouwen derde in de Venice Cup. De wereldkampioenschappen van 2013  vinden plaats in Bali van 16 t/ 19 september.

De Spelregels

De spelregels van bridge zijn relatief eenvoudig. In een hele korte samenvatting is het

  • Het spel wordt gespeeld door 4 spelers, 2 paren van 2 spelers, met een spel van 52 kaarten.
  • De spelers zijn om de beurt gever, de gever schudt en deelt de kaarten een voor een, zodat iedere speler 13 kaarten heeft.
  • Het bieden start bij de gever en gaat met de klok mee. Ieder bod moet hoger zijn dan het vorige. Het bieden eindigt als allen passen of als na een bod driemaal gepast wordt (en het bieden dus terugkomt bij degene die het hoogste bod deed).
  • Dit hoogste bod heet het contract en duidt de speelsoort en het aantal slagen aan dat gehaald moet worden door het paar dat het geboden heeft. De speler van dit paar die als eerste de speelsoort heeft geboden wordt de ‘leider’, zijn partner wordt ‘dummy’ of ‘blinde’.
  • Het spelen gaat met de klok mee. De speler links van de leider komt uit, na de uitkomst legt de dummy zijn kaarten open op tafel. De leider geeft bij iedere slag aan welke kaart de dummy speelt.
  • De hoogste kaart wint de slag en die speler komt uit voor de volgende slag. Bekennen moet, als een speler de kleur niet heeft mag hij troeven.
  • Als alle 13 slagen gespeeld zijn wordt aan de hand van het aantal slagen wat de leider gemaakt heeft de score opgemaakt

De volledige internationale spelregels zijn wel behoorlijk uitgebreid, maar behandelen met name wat er moet gebeuren als er iets fout gaat. Dus als bijvoorbeeld een speler biedt of speelt als hij niet aan de beurt is, een bod doet dat lager is dan het vorige, hij een kaart mist of teveel heeft, enzovoorts. Een heel belangrijke spelregel is dat informatie alleen door middel van het bieden en het spelen zelf mag worden uitgewisseld en niet op een andere ongeoorloofde manier. Voorbeelden van ongeoorloofde informatie zijn het gebruik maken van gebaren of een bepaalde intonatie, het gebruik van heel snel of juist heel langzaam bieden of spelen en ook commentaar tijdens het spelen. Door gebruik te maken van ‘bidding boxes’ in plaats van hardop bieden en door gebruik van schermen kan dit worden tegengegaan.

Het Bieden

Biedbox

Biedbox

Het bieden draait om het bereiken van het beste contract. Dat is het contract waarmee het paar het hoogste aantal punten denkt te kunnen maken. In de puntentelling wordt hoog bieden beloond met extra punten voor een ‘manche’ of een ‘slem’ en ook scoren bepaalde speelsoorten beter.
Daarom zijn de meeste biedsystemen, het door het bieden over en weer uitwisselen van informatie, ingericht op het onderzoeken of een manche of een slem mogelijk is.
Omdat beide paren proberen het voor hun gunstigste contract binnen te slepen, of proberen te beletten dat de tegenstanders hun juiste contract vinden, is de biedronde te zien als de eerste helft van de wedstrijd.
Het bieden wordt meestal gedaan door het leggen van een biedkaartje uit de ‘bidding box’, een bak met biedkaartjes, zoals op de foto hiernaast. Men wil vermijden dat een speler door een bepaalde intonatie of woordgebruik ongeoorloofde informatie aan zijn partner geeft. Het gebruik van biedkaartjes heeft als extra voordeel dat men tijdens en na de biedronde aan de neergelegde kaartjes kan zien hoe het biedverloop is geweest. Het is overigens heel goed mogelijk zonder biedkaartjes te spelen; voor een informele bridgeavond volstaan de gewone speelkaarten.
Een bod bestaat uit een getal (minimum 1 en maximaal 7) en een speelsoort. De speelsoort is een troefkleur, maar kan ook sans atout of no trump (zonder troef) zijn. Het getal geeft het aantal slagen -boven de helft van afgerond 6 slagen- dat gehaald moet worden als het bod het contract wordt. Een bod geeft dus minimaal 7 (1+6) tot maximaal alle 13 (7+6) slagen aan.
De volgorde van de speelsoorten is reglementair vastgelegd en is, van laag naar hoog:

  • klaveren (K)  
  • ruiten (R)    
  • harten (H)   
  • schoppen (S)
  • sans atout (SA of NT) (zonder troef)

Klaveren en ruiten heten vanwege de puntentelling  wel de lage kleuren, harten en schoppen de hoge kleuren. Als een speler een bod doet, moet dat hoger zijn dan het vorige bod. Hoger wil zeggen of een hoger aantal (bijvoorbeeld 2 is hoger dan 1SA), of hetzelfde aantal met een hogere speelsoort (bijvoorbeeld 1 is hoger dan 1). Het laagste bod is dus 1 en het hoogste bod is 7SA.
Startend bij de gever moet iedere speler op zijn beurt een bieding doen. Een bieding is een (hoger) bod, een ‘pas’ of een ‘(re)doublet’. Met elke bieding wordt informatie gegeven, waarbij in het algemeen een bod de intentie aangeeft om een contract te spelen, een pas de wil om niet te spelen (of niet hoger te willen bieden).
Het doublet en het redoublet zijn speciale biedingen die de puntentelling verhogen, het gaat ongeveer om verdubbelen en verviervoudigen. Een doublet kan alleen gedaan worden op een bod van de tegenpartij en betekent traditioneel “Ik denk niet dat de tegenstanders halen wat zij geboden hebben”.
Een redoublet kan alleen gedaan worden op een doublet van de tegenpartij en betekent traditioneel “ik denk dat wij wel halen wat wij geboden hebben, ook al denkt de tegenpartij van niet”.
Elk doublet of redoublet wordt opgeheven door een nieuw (hoger) bod.
Het bieden is afgelopen als er na de eerste bieding van de gever drie spelers na elkaar passen. Wanneer behalve de gever ook de volgende drie spelers passen heet dat een ‘rondpas’, is de score 0 en is er geen speelronde.
Het hoogste bod wordt het contract van het spel. Het paar dat dit contract heeft geboden (de ‘leider’ en de ‘blinde’), zal proberen zes slagen te maken plus het genoemde aantal. Is er bijvoorbeeld 4 geboden, dan moeten er dus tien slagen worden gemaakt met schoppen als troef. De tegenstanders (‘verdedigers’) zullen proberen te voorkomen dat dat lukt.

De spelregels geven geen enkele beperking aan de betekenis van een bieding, een bridgepaar mag hierover dus in beginsel alles afspreken wat ze wil! Heel vaak spelen paren echter standaard-biedsystemen aangevuld met extra afspraken, biedconventies. Verder kan een club of wedstrijdorganisatie bepalen dat bepaalde afspraken niet toegestaan zijn. Bekend voorbeeld hiervan is het uitsluiten van de zogenaamde hoogst ongebruikelijke methodenHet bieden draait om het bereiken van het beste contract. Dat is het contract waarmee het paar het hoogste aantal punten denkt te kunnen maken. In de puntentelling wordt hoog bieden beloond met extra punten voor een ‘manche’ of een ‘slem’ en ook scoren bepaalde speelsoorten beter.
Daarom zijn de meeste biedsystemen, het door het bieden over en weer uitwisselen van informatie, ingericht op het onderzoeken of een manche of een slem mogelijk is.
Omdat beide paren proberen het voor hun gunstigste contract binnen te slepen, of proberen te beletten dat de tegenstanders hun juiste contract vinden, is de biedronde te zien als de eerste helft van de wedstrijd.

Het spelen

Na het bieden wordt het spel gespeeld. Het paar dat “speelt” is het paar dat het contract geboden heeft en het nu moet proberen te maken, de tegenstanders die “tegenspelen”

leider

De hand van de leider

proberen dit te beletten door zelf zo veel mogelijk slagen te halen. De speelronde is te zien als de tweede helft van de wedstrijd.
De speler van het spelende paar, die als eerste de speelsoort van het contract geboden heeft, heet de leider. De tegenstander links van de leider komt uit voor de eerste slag, vervolgens wordt met de klok mee door iedere speler een kaart gespeeld. In iedere slag moet bekend worden, dus de bij de uitkomst gevraagde kleur moet gespeeld worden. Wanneer een speler die kleur niet meer heeft mag getroefd of overgetroefd worden maar dat is niet verplicht. De slag wordt gewonnen door de speler die de hoogste kaart van de gevraagde kleur heeft gespeeld tenzij er is getroefd, in dat geval wint de hoogste troef, de volgorde van de kaarten is hierbij van hoog naar laag AHVBT98765432 (T staat voor de 10). De speler die de vorige slag gewonnen heeft, moet uitkomen voor de volgende slag. Dit gaat zo door totdat alle 13 slagen gespeeld zijn.

Bijzondere regel bij bridge is dat de leider bepaalt welke kaarten zijn partner speelt. Na de “uitkomst”, dus als de linkertegenstander van de leider gespeeld heeft voor de eerste slag, legt de partner van de leider, die de “dummy” of “blinde” wordt genoemd, al zijn kaarten op tafel, zodat ze voor alle spelers goed zichtbaar zijn. De leider speelt zowel de kaarten uit zijn eigen hand als de kaarten van de dummy. De dummy is gedurende het spelen dus niet actief bij het spel betrokken, maar hij mag de kaarten hanteren en ingrijpen om te voorkomen dat er een overtreding wordt begaan (als de overtreding al is begaan mag hij dat pas na afloop van de speelronde melden).
Als alle 13 slagen gespeeld zijn, wordt gekeken of de leider, samen met de dummy, zijn contract gemaakt heeft, dus ten minste het aantal slagen van het geboden contract gemaakt heeft. Als dat gelukt is dan scoort het paar dat “gespeeld” heeft, de punten voor het geboden contract. Bovendien ontvangen ze punten voor eventuele overslagen, dat zijn de extra slagen die boven het contract zijn gemaakt.
Wordt het contract niet gemaakt, dan is het contract down gegaan en krijgen de verdedigers punten voor iedere downslag.
Is het contract gedoubleerd of geredoubleerd, dan worden er meer punten genoteerd, volgens de puntentelling.
Tijdens het spelen is het bij bridge gebruikelijk, in tegenstelling tot andere slagenspelen, dat elke speler zijn eigen kaarten bij zich houdt. Als de slag geheel gespeeld is, pakt iedere speler zijn eigen kaart op en legt hij deze dicht voor zich neer. Afhankelijk van wie de slag heeft gewonnen, wordt de kaart horizontaal of verticaal neergelegd, zodat aan het eind van het spel aan de hand van het aantal horizontale en verticale kaarten vastgesteld kan worden hoeveel slagen elke partij gehaald heeft. Doordat de spelers hun kaarten bij zich houden, kan men achteraf nog precies zien hoe de kaarten verdeeld waren en in welke volgorde ze gespeeld zijn, wat het nakaarten en eventuele arbitrage gemakkelijk maakt. Bovendien kan men zo bij wedstrijden aan een andere tafel spelen met dezelfde kaartverdeling.

Wedstrijdbridge

Bij wedstrijdbridge wordt er gespeeld in lijnen van meestal 6 tot 8 tafels, waarbij men dezelfde spellen speelt, meestal 24 spellen per wedstrijd. De scores van ieder spel

spellenkoffer

koffer met bridge toebehoren

worden onderling vergeleken, ieder spel staat dus op zich. De kwetsbaarheid is daarbij niet van eerdere spellen afhankelijk, maar wordt volgens schema vastgelegd, zodanig dat bij een serie van 16 spellen elke combinatie van gever en kwetsbaarheid een keer is voorgekomen.

Het is nu niet mogelijk een manche in twee of meer spellen te verdienen. Men biedt een deelscore (minder dan 100 robberpunten) of een manche. Een kwetsbare manche levert 500 punten op en een niet-kwetsbare manche 300 punten. Er bestaat geen robber.

Merkwaardig is dat het bij wedstrijdbridge niet gunstig is een hoge deelscore te bieden. Wie 1 biedt en 3 maakt, krijgt precies even veel punten als wanneer hij 3 schoppen biedt en precies maakt. Pas bij 4 wordt het lucratief, want dat is een manche. Is het contract gedoubleerd, dan worden de overslagen extra beloond, en dan is het lage bod zelfs gunstiger.

Bij wedstrijdbridge bestaat de mogelijkheid om resultaten te vergelijken doordat steeds andere spelers met dezelfde kaarten spelen, dat wil zeggen zonder dat de kaarten opnieuw geschud en gedeeld worden. De slagen worden niet, zoals bij veel andere kaartspellen, door de winnaar van de slag ingezameld maar elke speler houdt zijn eigen kaarten bij zich. Nadat een spel gespeeld is worden de kaarten, vier stapeltjes van 13, in een kaarthouder gelegd en naar een andere tafel gebracht met vier andere spelers, die niet mogen weten hoe er eerder met die kaarten gespeeld is. De puntentelling is anders in dat geval, omdat er gekeken wordt naar wie de hoogste score uit een bepaald spel gehaald heeft. Het toevalselement wordt op die manier minder belangrijk, de kunst is om het met dezelfde kaarten beter te doen dan andere spelers.

De gebruikelijke tellingen bij wedstrijdbridge zijn de volgende:

  • parentelling: Hierbij worden de uitslagen op een lijst gezet, en vervolgens levert de laagste uitslag in een bepaalde richting op een bepaald spel 0 punten op, de op een na laagste 2 punten etcetera. Deze score wordt meestal omgerekend naar een percentage, waarbij 0 punten 0% en de hoogste score (een ‘top’) 100% wordt.
  • viertallentelling: Hierbij speelt men met een vast nevenpaar, dat hetzelfde spel speelt, maar in de andere richting (dus als een paar NZ speelt, speelt het nevenpaar OW). De scores die beide paren op een spel halen, worden vergeleken, en het verschil wordt omgezet naar een score, volgens een bepaalde lijst.
  • butlertelling: Dit is net zoals viertallentelling, maar wordt met paren gespeeld. Als nevenpaar geldt het gemiddelde van de scores in de andere lijn (meer correct, maar moeilijker uit te rekenen, is het hier de eigen tegenstanders niet mee te tellen)

Voor sterkere spelers maakt het uit of ze een parenwedstrijd of een viertallenwedstrijd spelen. In een parenwedstrijd zijn alle spellen van gelijk belang, en kan elk puntje belangrijk zijn, in een viertallenwedstrijd zijn het vooral de ‘grote’ spellen die de score bepalen. In viertallen zal men (vanwege de relatief hoge manchepremie) sneller de manche bieden, ook als die niet helemaal 50% kans heeft. Wat betreft het af- en tegenspel zal men in viertallen ‘op safe spelen’, het belangrijkste hier is het contract te halen of down te spelen. Een leider zal de grootste kans op maken nemen, ook als deze minder overslagen oplevert als het goed gaat, of meer downslagen als het fout gaat. Bij paren kan daarentegen elke slag de beslissende zijn.

Puntentelling en biedaanpak

Eerst een begrip:

fit je hebt een fit in een kleur, als je als partnerschap (dus in de gezamenlijke handen) 8 of meer kaarten van deze kleur bezit. Als vuistregel speelt troef prima, als je er 8 of meer hebt, anders wordt dit hachelijk. In het bieden zoek je naar fits. Als je een fit vindt, ga je in troef spelen, in de kleur waarin je er 8 of meer hebt. Als er geen fit is, speel je zonder troef. Althans, dat zou je doen als er geen aspect in de puntentelling zat, dat de tactiek wat ingewikkelder maakt.

De puntentelling van contract bridge bestaat sinds 1925 en is sindsdien op hoofdlijnen niet veranderd. De puntentelling bepaalt de wedstrijdtactiek en het biedsysteem, vanwege een paar essentiële elementen:

de puntentelling Afhankelijk van de speelsoort wordt er een bepaald aantal punten toegekend per slag (waarbij pas te beginnen met de 7e slag punten toegekend worden). Bij klaveren en ruiten (de ‘lage kleuren’) is dit 20 punten. Bij harten en schoppen (de ‘hoge kleuren’) is dit 30 punten. Bij Sans Atout is de eerste slag 40 punten waard en elke opvolgende slag 30.

de deelscorepremie De deelscorepremie wordt toegekend als een partnerschap een zgn. deelscorecontract biedt en maakt. De premie bedraagt 50 punten. Een deelscorecontract is elk contract dat lager dan een manche is (zie onder).

de manchepremie Als een partnerschap een contract maakt waarvoor het (zonder deelscorepremie) minimaal 100 punten krijgt, krijgt het in plaats van de deelscorepremie een manchepremie toegekend. Deze bedraagt 300 of 500 punten, afhankelijk van de zgn. kwetsbaarheid (zie onder). In SA is voor de manche een contract op driehoogte nodig (3SA: 40+30+30=100 punten), waarvoor dus 9 slagen behaald moeten worden. In een hoge kleur is een contract op vierhoogte nodig (4×30=120 punten) en in een lage kleur een contract op vijfhoogte (5×20=100 punten).

N.B.: De manchepremie wordt alleen toegekend, als een contract op de benodigde hoogte geboden is. Als een partnerschap 3S biedt en 10 slagen haalt, wordt deze premie dus niet toegekend.

de slempremie Als een contract op 6-hoogte (‘klein slem’) of 7-hoogte (‘groot slem’) wordt geboden en gemaakt, wordt er een slempremie toegekend. Ook deze zijn hoger als een partnerschap kwetsbaar is (zie onder).

downslagen Downslagen zijn slagen die een partnerschap te weinig haalt. Als bijvoorbeeld in een 4S-contract slechts 8 slagen behaald worden, is dit partnerschap 2 down. Downslagen kosten normaal gesproken 50 punten als de leider niet kwetsbaar is en 100 punten als de leider wel kwetsbaar is (voor kwetsbaarheid zie onder). Als het contract ge(re)doubleerd is kosten downslagen meer.

overslagen Overslagen zijn slagen die een partnerschap meer haalt dan het heeft geboden. Als bijvoorbeeld in een 3S-contract 10 slagen behaald worden, heeft het partnerschap één overslag en is de score ‘3S +1’. Elke overslag levert de voor de speelsoort gebruikelijke punten op. Als het contract ge(re)doubleerd is echter meer.

kwetsbaarheid Een partnerschap is kwetsbaar of niet kwetsbaar. Er zijn dus vier mogelijkheden: niemand kwetsbaar, NZ kwetsbaar, OW kwetsbaar of allen kwetsbaar. Als men kwetsbaar is zijn manche- en slempremies hoger, maar kosten downslagen ook meer. In een bepaalde variant, het robberbridge, wordt men kwetsbaar zodra eenmaal een manche gehaald is. Deze variant wordt echter nauwelijks meer gespeeld, en in moderne wedstrijdvormen is de kwetsbaarheid per spel aangegeven.

doubleren en redoubleren Een contract dat door de tegenpartij geboden is, kan gedoubleerd worden. Resultaat hiervan is, dat de punten voor behaalde slagen verdubbeld worden. Ook downslagen leveren globaal het dubbele op. Eventuele overslagen zijn veel meer waard dan gebruikelijk. Manchepremies worden aan een gemaakt ge(re)doubleerd contract toegekend als het aantal geboden slagen na de verdubbeling (of verviervoudiging) minstens 100 bedraagt. Een gedoubleerd gemaakt 2H-contract levert dus een manchepremie op, aangezien er nu 60 punten per slag (totaal 120) worden toegekend in plaats van 30. De manchepremie wordt niet hoger dan normaal.

plus- en minpunten Wat de ene partij plus scoort, krijgt de andere partij in de min, en omgekeerd.

constructief en destructief Doel van het bieden is het contract te spelen dat het beste scoort. Dat is het contract dat de meeste punten oplevert óf het minste aantal punten kost. Onder constructief bieden wordt verstaan het zoeken naar het contract dat de hoogst verwachte positieve score oplevert. Destructief bieden heeft tot doel te voorkomen dat de tegenstanders het goede contract vinden, waarbij down gaan voor lief wordt genomen. Constructieve biedingen proberen de biedruimte zo efficiënt mogelijk te gebruiken, terwijl destructieve biedingen juist proberen deze zo effectief mogelijk weg te nemen.